Vertrouwenspersoon en integriteitskwesties

Sinds 1 juli 2016 is elke organisatie met meer dan 50 werknemers verplicht beleid te hebben hoe om te gaan met meldingen over misstanden. (Wet huis voor klokkenluiders). De werkgever moet een procedure vaststellen voor het melden van een misstand. In de procedure wordt in ieder geval geregeld, waar een interne melding kan worden gedaan, wanneer er sprake is van een misstand, en wie de melder kan ondersteunen. Hier is een rol voor de vertrouwenspersoon Integriteit weggelegd.
In de procedure wordt ook de rechtsbescherming van de melder geregeld.

Bij schendingen van integriteit kun je onder andere denken aan zaken als:
– machtsmisbruik
– corruptie
– nalatigheid
– fraude, diefstal, verduistering
– dubieuze giften of beloften
– belangenverstrengeling

Als een medewerker een vermoeden van misstand wil melden gelden de volgende regels:
– Het vermoeden moet gebaseerd zijn op redelijke gronden ( bijvoorbeeld voortvloeiend uit kennis van medewerker over het bedrijf)
– Maatschappelijk belang moet in geding zijn (bijvoorbeeld schending wettelijk voorschrift of gevaar voor volksgezondheid, milieu)

Een medewerker kan altijd sparren met de vertrouwenspersoon Integriteit over vermoedelijke misstanden. Gezamenlijk kunnen ze dan bekijken of en hoe er gemeld kan worden.